Sven Kramer kán in Vancouver niet winnen. Hij kan alleen maar verliezen. Niemand kent zoveel druk van buitenaf als de pas 23-jarige Fries. Niet omdat er in zijn kast nou al zoveel Olympisch eremetaal hangt (1 zilver, 1 brons) en ook niet omdat de concurrentie niet in vorm is. Gewoon omdat Sven Kramer Sven Kramer is, verwacht heel Nederland niets anders dan goud. Correctie: verwacht de hele schaatswereld - tot vér buiten Nederland - niets anders dan goud. Zilver is simpelweg geen optie.Gokken op Olympisch goud van Kramer is dan ook geen lucratieve business. Iedere ingezette euro levert op de vijf en tien kilometer slechts een kwartje winst op. Niet voor niets, want zover de geschiedenisboeken terug gaan, heeft de TVM-kopman geen vijf of tien kilometer meer verloren. Nergens werd hij tweede, zelfs niet als hij he-le-maal niet in vorm was. En al reed hij negen ronden achter zijn tegenstander aan, dat maakte niets uit. De turbo erop en Kramer strekt het allemaal recht. Op 13 februari klinkt voor Sven Kramer het Wilhelmus na de 5000 meter. Tien dagen later is het weer raak na de dubbele afstand. En met een beetje geluk ook op 21 en 27 februari, wanneer respectievelijk de 1500 meter en ploegenachtervolging worden verreden. Ogenschijnlijk ontspannen leeft de toekomstige ‘Koning van Vancouver’ naar zijn Olympiade toe. Over twee weken is hij misschien wel (lees: waarschijnlijk) de grootste schaatser aller tijden. Groter dan Heiden, Schenk of Ritsma. De vijf magische ringen lijken hem niets te doen. “Het meeste werk is al gedaan, hč”, zegt hij na de eerste training op de Olympic Oval van Richmond. “Ik concentreer me op wat ik de komende weken moet doen: schaatsen en veel rusten.” Het tekent kampioen Kramer. Van buiten zal hij niet laten merken wat de druk werkelijk met hem doet. Onverslaanbaar, stoďcijns, nuchter. Laten we dat ene woordje maar even buiten beschouwing laten: saai. We kunnen later allemaal zeggen: wij hebben de grootste schaatser aller tijden zien schaatsen. Sven Kramer. |